Diaconie een dansfeest
Diaconaat is niet alleen een kwestie van doen. Meestal gebéurt er ook iets met je als je diaconaal actief bent. Diaconale spiritualiteit, noemen we dat. In onderstaand artikel gaat Jurjen Beumer hierop in. Hij noemt dat de kern van het diaconaat.
We leven in een wereld die steeds meer beheerst en overheerst lijkt te worden door managers. Ze zijn gericht op ‘targets’. Ze willen producten zien en ‘output’ meten. Hoewel het jargon de tijdgebondenheid van deze methodes verraadt, is er op zich niet veel mis mee. Er moet immers gepresteerd worden, ook in de kerk! Maar als dit soort theorieën de enige waarheid worden, zelfs in hulpverleningsland, dan dreigt er iets mis te gaan. Diaconaat is altijd ook op zoek naar het meer dan meetbare en productmatige, omdat diaconie ook een spirituele dimensie heeft.
achter adem geraakt
‘Hoe concreter hoe beter’ is een terechte slagzin in het diaconaat. Maar als alle concrete nood gelenigd is, zijn dan onze problemen opgelost? De op straat levende dakloze en verslaafde zwerver, evengoed als de leidinggevende die nu thuis zit met een burnout én wijzelf die, in onze ijver om een bijdrage te leveren aan de nood van mensen, achter adem raken. Wat ontberen we? Wat is er mis gegaan dat we uit koers raakten? De hele ‘handel’ van hulpverlening is best prima. Hoewel, het kan best wat minder. Immers, niet elke kwaal of gebrek hoeft een eigen instituut of hulpverleningstraject. De zelfredzaamheid van mensen kan worden aangetast als je steeds in de watten wordt gelegd. Ik zie dat dikwijls om me heen. Maar toch, als je het treft in de wirwarwereld van de hulpverlening, kun je er best beter van worden. En wat hoor je dan vaak van mensen die weer een beetje de draad van het leven hebben opgepakt? Dat dit kwam door de concrete persoon van de hulpverlener! Men zegt dan, het was niet dat instituut van de riagg, verslavingszorg, ziekenhuis of verzorgingshuis met haar methodes, spreekuren en pillen, maar het was die ene man of vrouw die er werkte en die mij liet zien en ervaren dat hij of zij er echt voor me was. Met hem of haar klikte het.
waar klikt het?
Mensen die actief zijn in het diaconaat zijn altijd op zoek naar deze ‘klik’. Het is de drive, de motivatie en de inspiratie die je gegéven wordt en die je ontdekt wanneer je samen met anderen je wilt láten vinden door de mens in nood. Ziehier de kern van ons diaconale werk. Ik geloof dat anderen het werken van de goede Geest in ons voelen of ervaren (of juist niet, als die afwezig is). Zo worden we al doende intermediair. Via ons werkt de Geest van heelmaking naar anderen, en omgekeerd. Het helen en genezen dat uitgaat van methodes, hoe nodig ook, is slechts het halve werk. Daarom ruim baan voor de Geest omdat HZij echt de harten van mensen kan bereiken; van de verslaafde dakloze die ten diepste een èchte Vriend nodig heeft, van de leidinggevende die nu ervaart dat het echte management in zijn leven van Hogerhand moet komen, van onszelf die in hun diaconale ijver nota bene de Ander over het hoofd dreigen te zien. Dan wordt diaconie een dansfeest waarop de lamme de blinde leidt en omgekeerd. Totdat we op eigen benen mogen staan. Eens zullen we onze ogen uitwrijven. Zo ziet de Schepper ons, denk ik, het liefst. Blije, vrolijke mensen die de zorgen van de wereld en de noden van mensen ernstig nemen, maar ze al dansend te boven komen.
Jurjen J. Beumer schreef dit artikel in het boekje 'Zeven werken in Amsterdam, diaconie in beeld', dat verscheen ter gelegenheid van 425 jaar diaconie in Amsterdam in 2003. Hij is diaconaal predikant en directeur van Stem in de Stad, een oecumenisch diaconaal centrum in de binnenstad van Haarlem. Zie: http://www.antenna.nl/stemstad
